Opleiding van werknemers in bedrijven: wat zijn de beschikbare opties en modaliteiten?

Een werknemer die zijn vaardigheden op zijn functie verbetert, een ander die zich voorbereidt op een carrièreswitch, een derde die een nieuwe beroepssoftware ontdekt: de opleiding van werknemers in bedrijven omvat zeer verschillende realiteiten. De regelingen bestaan, maar de concrete uitvoering blijft voor veel werkgevers en medewerkers vaag.

Professioneel loopbaan gesprek: de verplichting die weinig bedrijven anticiperen

Voordat een opleidingsregeling wordt gekozen, moet men begrijpen wat de werkgever verplicht om te handelen. De wet nr. 2025-989 van 24 oktober 2025 heeft het oude professioneel gesprek omgevormd tot professioneel loopbaan gesprek. De periodiciteit gaat van twee naar vier jaar, met een evaluatie om de acht jaar.

Waarom is deze verandering belangrijk? Omdat bij een tekortkoming, bedrijven met minstens 50 werknemers zich blootstellen aan een correctieve bijdrage van 3.000 euro op het CPF van de betrokken werknemer. Dit is geen theoretisch risico: de traceerbaarheid van de gesprekken en de niet-verplichte opleidingsacties wordt een dagelijks conformiteitsvraagstuk.

Concreet moet het bedrijf elk gesprek documenteren en bewijzen dat het ontwikkelingsacties voor vaardigheden heeft aangeboden naast de verplichte opleidingen. De opleiding van werknemers in bedrijven beperkt zich dus niet tot het afvinken van vakjes: het brengt de verantwoordelijkheid van de werkgever met zich mee over een cyclus van meerdere jaren.

Ontwikkelingsplan voor vaardigheden: wat de werkgever alleen beslist

Het ontwikkelingsplan voor vaardigheden is het centrale instrument dat door de werkgever wordt aangestuurd. Het vervangt het oude opleidingsplan en groepeert alle acties die het bedrijf kiest om te financieren voor zijn medewerkers.

Werknemer die een online opleiding volgt op een computer in een hedendaagse open space kantoor

Twee categorieën van acties bestaan naast elkaar in dit plan:

  • De verplichte acties, opgelegd door een collectieve arbeidsovereenkomst, een regelgeving of een veiligheidsnorm. Deze vinden plaats tijdens werktijd en het salaris wordt volledig behouden.
  • De niet-verplichte acties, besloten door het bedrijf om de beroepsvaardigheden te ontwikkelen, interne mobiliteit te bevorderen of een functie-evolutie voor te bereiden. Deze kunnen, onder voorwaarden, buiten werktijd plaatsvinden.
  • De vaardighedenbeoordelingen en de acties voor de validatie van verworven ervaring (VAE), die de werkgever kan opnemen in het plan als de werknemer zijn toestemming geeft.

De werknemer kan een opleiding die in het plan is opgenomen niet weigeren als deze tijdens werktijd plaatsvindt. Een vaardighedenbeoordeling of een VAE vereist echter altijd zijn expliciete toestemming.

Financiering en praktische organisatie

Bedrijven met minder dan 50 werknemers kunnen de gemeenschappelijke fondsen van hun competentieoperator (OPCO) mobiliseren om geheel of gedeeltelijk het plan te financieren. Boven deze drempel rust de financiering grotendeels op de eigen begroting van het bedrijf.

De keuze tussen interne opleiding en externe aanbieder blijft vrij. De interne opleiding, gegeven door een competente werknemer met de middelen van het bedrijf, is goed geschikt voor specifieke beroepsvaardigheden. De externe opleiding, aangeschaft bij een gecertificeerde Qualiopi-organisatie, is vereist zodra het doel een certificering of een erkend diploma is.

CPF en project voor professionele transitie: de hefboom in handen van de werknemer

Het persoonlijk opleidingsaccount (CPF) behoort toe aan de werknemer. Het wordt elk jaar automatisch aangevuld en maakt het mogelijk om kwalificerende of certificerende opleidingen te financieren, inclusief het rijbewijs of de vaardighedenbeoordeling.

Een punt dat veel werknemers niet weten: de CPF kan tijdens werktijd worden gemobiliseerd met toestemming van de werkgever. In dat geval blijft het salaris behouden. Zonder deze toestemming vindt de opleiding buiten werktijd plaats, zonder salariscompensatie.

Het project voor professionele transitie (PTP) gaat verder. Het stelt de werknemer in staat om afwezig te zijn voor een lange opleiding met het oog op een carrièreswitch. Het salaris blijft behouden gedurende de hele opleidingsduur, mits de werkgever akkoord gaat met de afwezigheidskalender en het dossier wordt goedgekeurd door de regionale interprofessionele paritaire commissie.

Toegangsvoorwaarden voor de PTP

De criteria variëren afhankelijk van het contract. Een werknemer met een vast contract moet een minimale anciënniteit rechtvaardigen. Een werknemer met een tijdelijk contract moet een bepaald aantal maanden hebben gewerkt binnen een referentieperiode. De PTP financiert certificerende opleidingen, geen korte niet-gecertificeerde stages.

Groep werknemers in een participatieve professionele opleidingssessie in een bedrijfsatelier

Opleiding in werksituatie en hybride modaliteiten: wat verandert in de praktijk

De concurrerende inhoudsomschrijvingen sommen de regelingen op zonder een recente verschuiving te behandelen: de overstap naar opleiding geïntegreerd in de werksituatie. De opleidingsactie in werksituatie (AFEST) wordt erkend als een volwaardige pedagogische modaliteit sinds de wet van 2018.

Het principe is eenvoudig. Een werknemer voert een echte taak uit, begeleid door een trainer of mentor, en neemt vervolgens afstand tijdens een gestructureerde reflectiefase. Dit is geen informele begeleiding: de AFEST vereist een geformaliseerd pedagogisch traject, meetbare doelstellingen en traceerbaarheid.

De klassieke aanwezigheid blijft dominant, maar hybride formaten winnen aan terrein. Een veelvoorkomende combinatie koppelt online modules (afstandsonderwijs via een LMS-platform) aan fysieke sessies voor de praktische toepassingen. Dit formaat is bijzonder geschikt voor multinationale bedrijven waar het verplaatsen van medewerkers kostbaar is.

  • De fysieke aanwezigheid blijft geschikt voor gedragsopleidingen, management of technische handelingen die directe supervisie vereisen.
  • De afstandsopleiding werkt voor theoretische kennis, kantoorautomatisering, talen of regelgeving.
  • De AFEST is vereist wanneer de beoogde vaardigheid onlosmakelijk verbonden is met de echte werkomgeving van de werknemer.

Geen enkele modaliteit is superieur aan de andere. De keuze hangt af van de beoogde vaardigheid, niet van het budget of de mode van het moment.

De planning van de professionele opleiding kan beter worden doordacht over de cyclus van het loopbaan gesprek (nu vier jaar), in plaats van jaar na jaar. Dit maakt het mogelijk om formaten af te wisselen, de kosten te spreiden en vooral een samenhangend traject te documenteren in geval van controle. Een goed opgebouwd ontwikkelingsplan voor vaardigheden, in lijn met het CPF van de vrijwillige medewerkers, blijft de meest solide basis om zowel aan de wettelijke verplichtingen als aan de werkelijke behoeften van de activiteit te voldoen.

Opleiding van werknemers in bedrijven: wat zijn de beschikbare opties en modaliteiten?